Home
Handelscontracten
Samenwerkingsvormen
Civiele procesvoering
Werkwijze
Identificatieplicht
Algemene voorwaarden
Klachten
Vervanging, waarneming
Jeroen van Weerden
Bereikbaarheid
Disclaimer
Links

Identificatieplicht

De Wwft is van toepassing op advocaten voor zover zij advies geven of bijstand verlenen bij:

  1. het aan- of verkopen van onroerende zaken;
  2. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
  3. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
  4. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen
  5. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van externe registeraccountants, externe accountants-administratieconsulenten of belastingadviseurs.

De Wwft is ook van toepassing op advocaten voor zover zij optreden in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie. Onderdeel van het cliëntenonderzoek is dat de advocaat zijn cliënt behoort te identificeren en deze identiteit behoort te verifiëren.
De Wwft verplicht de advocaat om, aan het begin van de zakelijke relatie, bij het verlenen van de in de Wwft genoemde diensten een cliëntenonderzoek in te stellen. Dit onderzoek wordt verricht ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. De advocaat is verplicht een cliëntenonderzoek te starten:

  1. indien hij in of vanuit Nederland een zakelijke relatie aangaat;
  2. indien hij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van een cliënt van ten minste € 15.000, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste € 15.000;
  3. indien er indicaties zijn dat de cliënt is betrokken bij witwassen of financieren van terrorisme;
  4. indien hij twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt;
  5. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of financieren van terrorisme daartoe aanleiding geeft.

Het cliëntenonderzoek heeft als doel de advocaat in staat te stellen om:

  1. de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren;
  2. indien van toepassing, de uiteindelijk belanghebbende te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om zijn identiteit te verifiëren, en indien het een rechtspersoon, een stichting of een trust betreft, op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;
  3. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen. Hieronder valt ondermeer onderzoek naar de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de bij de dienstverlening betrokken waarden of zaken;
  4. voor zover mogelijk, een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te voeren, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de advocaat heeft van de cliënt en van zijn risicoprofiel, met in voorkomend geval een onderzoek naar de bron van het vermogen.

Indien het cliëntenonderzoek niet kan worden voltooid is het verboden om een zakelijke relatie aan te gaan dan wel voort te zetten of een transactie te verrichten (art. 5, eerste lid). Een (bestaande) zakelijke relatie dient bovendien beëindigd te worden indien ten aanzien van de cliënt en de eventuele uiteindelijk belanghebbende niet aan de verplichting tot een cliëntenonderzoek (art. 3 eerste en tweede lid) kan worden voldaan.

De identiteit van natuurlijke personen kan geverifieerd worden aan de hand van "documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron". Daarbij kunt u denken aan:

  1. een geldig paspoort;
  2. een geldige Nederlandse identiteitskaart;
  3. een geldige identiteitskaart die is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van de pasfoto, de naam en het adres van de houder;
  4. een geldig Nederlands rijbewijs;
  5. een geldig rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van de pasfoto, de naam en het adres van houder;
  6. reisdocumenten voor vluchtelingen en vreemdelingen;
  7. vreemdelingendocumenten, afgegeven op grond van de Vreemdelingenwet 2000.

Ook voor Nederlandse rechtspersonen of buitenlandse rechtspersonen met een zetel in Nederland geldt dat de identiteit kan worden geverifieerd aan de hand van 'documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare onafhankelijke bron'. Daarbij kunt u denken aan:

  1. een (elektronisch) uittreksel uit het handelsregister. Voorwaarde is dat de advocaat zelf het register raadpleegt, waarmee het risico wordt ondervangen dat de persoon die de cliënt vertegenwoordigt informatie foutief weergeeft. Een elektronisch gewaarmerkt uittreksel (EGU) is niet meer noodzakelijk;
  2. een akte of verklaring, opgemaakt onderscheidenlijk afgegeven door een in Nederland gevestigde notaris of door een notaris of andere, met een notaris vergelijkbare, onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep uit een andere lidstaat.

De identiteit van een buitenlandse rechtspersoon dient te worden geverifieerd aan de hand van "betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen die bij wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt".

Deze benadering van de verificatie van de identiteit van buitenlandse rechtspersonen brengt met zich mee dat de advocaat moet kunnen beargumenteren dat het gerechtvaardigd was om op bepaalde documenten af te gaan.

De Wwft bevat de verplichting de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te achterhalen en deze identiteit te verifiëren. Deze verplichting bestaat in "die gevallen waarin naar het oordeel van de instelling [advocaat] een groter risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat". Onder uiteindelijk belanghebbende wordt verstaan (art. 1, eerste lid, onderdeel f):

  1. een natuurlijk persoon die een belang houdt van meer dan 25 procent van het kapitaalbelang of meer dan 25 procent van de stemrechten van de aandeelhoudersvergadering kan uitoefenen van een rechtspersoon anders dan een stichting, dan wel op andere wijze feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in deze rechtspersoon, tenzij deze rechtspersoon een beursgenoteerde vennootschap is;
  2. de begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een stichting of een trust of degene die bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van een vermogen van een stichting of een trust.

De gegevens die de advocaat verkrijgt uit een cliëntenonderzoek dienen op een toegankelijke wijze te worden bewaard voor een periode van vijf jaar na het moment van beëindiging van de relatie of tot vijf jaar na het uitvoeren van een transactie.

De advocaat die werkzaamheden verricht die niet van de meldingsplicht zijn vrijgesteld, verplicht om (voorgenomen) ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland).

De FIU verzamelt, registreert, bewerkt en analyseert de binnengekomen meldingen ten behoeve van het voorkomen en opsporen van misdrijven. Op de website van de FIU-Nederland (www.fiu-nederland.nl) staat alle relevante informatie voor het doen van een melding.

De meldingen die aldus worden gedaan, kunnen op grond van de wet niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek, noch als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme of een overtreding van artikel 272 WvS tegen degene die de melding heeft gedaan. Daarnaast is de advocaat, indien hij een melding doet, op grond van de wet niet aansprakelijk voor schade die een derde lijdt, tenzij de advocaat de melding in redelijkheid niet had mogen doen.

Indien de advocaat een melding heeft gedaan van een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie is hij wettelijk verplicht tot geheimhouding. Het is de advocaat op grond van de wet verboden de cliënt te informeren over het feit dat hij een melding heeft gedaan. De mededeling aan cliënt dat de (voorgenomen) activiteit onwettig is en dat wordt afgeraden om deze activiteit uit te voeren mag wel worden gedaan.

Nassaulaan 13
NL-2514 JS Den Haag

Tel +31 (0)6 1501 1375
Fax +31 (0)8 4439 4678
E-mail assistance@van-weerden.nl

 

Stichting Beheer Derdengelden
Van Weerden Advocatuur

Rabobank 14.84.35.351
BIC RABONNL2U
IBAN NL82RABO0148435351

Copyright van Weerden